Lus-aan-lus montage: snel wisselen zonder opnieuw te knopen
De lus-aan-lus montage is een van de handigste verbindingen in de hengelsport. Je legt een lusje in de hoofdlijn en een lusje in je onderlijn of leader, en haakt ze in elkaar. Binnen tien seconden wissel je een complete onderlijn, zonder dat je een nieuwe knoop hoeft te leggen aan de waterkant. Voor witvissers, feedervissers en zelfs karpervissers is deze techniek dagelijkse kost. De druppelknoop, ook wel druppellus of surgeon's loop genoemd, is daarbij de meest gebruikte basis.
Volgens Sportvisserij Nederland is de lus-aan-lus verbinding bij uitstek geschikt voor het koppelen van voorgemonteerde onderlijnen aan de hoofdlijn. Je werkt sneller, breekt minder en hebt aan de waterkant minder gedoe met je vingers.
Waarom kiezen voor een druppelknoop?
De druppelknoop heeft drie grote voordelen. Hij is sterk, hij is snel te leggen en hij houdt vorm in zowel monofilament als gevlochten lijn. In tests behoudt een goed gelegde druppelknoop ongeveer 80 tot 90 procent van de breeksterkte van je lijn, mits je de knoop netjes nat maakt en gelijkmatig aantrekt. Voor lus-aan-lus verbindingen werkt deze knoop beter dan een gewone overhandse lus, omdat de dubbele wikkeling minder snel inkapt onder belasting.
Een tweede reden om voor druppelknopen te kiezen is wisselsnelheid. Heb je een setje voorgemonteerde onderlijntjes klaar, bijvoorbeeld in een onderlijntenboekje van Preston Innovations of Daiwa, dan klik je in een paar tellen een nieuwe haak met klaargemaakt loodverdeling op je hoofdlijn. Je verliest geen vis omdat je vingers stijf zijn van de kou.
Druppelknoop leggen in monofilament: 5 stappen
Een druppellus leggen in nylon of fluorocarbon is eenvoudig. Volg deze stappen:
- Vouw het uiteinde van je lijn dubbel zodat je een lus van ongeveer 8 tot 10 centimeter krijgt.
- Houd de dubbele lijn tussen duim en wijsvinger en draai twee keer een rondje, zodat je een dubbele wikkeling maakt.
- Steek het lusuiteinde door beide wikkelingen heen.
- Maak de knoop nat met speeksel of water. Dit voorkomt warmteschade aan de lijn.
- Trek de knoop gelijkmatig en stevig aan. De definitieve lus mag ongeveer 2 tot 3 centimeter zijn — groot genoeg om je onderlijn doorheen te halen.
Knip de tag end (het overgebleven stukje) niet te kort af. Laat 1 a 2 millimeter staan zodat de knoop niet kan terugslippen.
Druppelknoop in gevlochten lijn: aandachtspunten
Gevlochten lijn (braid) is gladder en heeft minder elasticiteit dan monofilament. Daardoor heeft de knoop iets meer wikkelingen nodig om niet te slippen. In gevlochten lijn maak je dus drie wikkelingen in plaats van twee. Voor extra zekerheid kun je een dubbele druppelknoop kiezen — de zogenoemde dubbele surgeon's loop. Belangrijk is dat je de knoop heel langzaam aantrekt en goed nat maakt. Gevlochten lijn kan namelijk inkappen onder druk en je lus permanent beschadigen.
Voor leaders van fluorocarbon achter een gevlochten hoofdlijn werkt de combinatie uitstekend. De gevlochten hoofdlijn heeft hoge gevoeligheid en geen rek, terwijl de fluorocarbon leader onzichtbaar is in helder water en bestand tegen schuring. Een lus-aan-lus verbinding tussen beide is sterk en snel.
Lus-aan-lus koppelen: zo doe je het juist
Heb je in beide lijnen een druppelknoop gelegd, dan koppel je ze als volgt. Steek de lus van je onderlijn door de lus van je hoofdlijn. Haal vervolgens het andere uiteinde van je onderlijn (de kant met de haak) door de eigen lus heen. Trek beide lijnen tegelijk aan en zorg dat de lussen netjes in elkaar haken — niet kruisen. Gekruiste lussen verzwakken de verbinding aanzienlijk en kunnen tot 40 procent breeksterkte kosten.
Een veelgemaakte fout is dat hengelaars de lussen door elkaar trekken alsof het een knoop wordt. Dat is niet de bedoeling. De lussen moeten haaks op elkaar liggen, als twee schakels van een ketting. Pas dan verdeelt de spanning zich gelijkmatig en houdt de verbinding optimaal.
Wanneer gebruik je geen lus-aan-lus?
Niet elke situatie vraagt om een lus-aan-lus montage. Bij zware roofvis op snoek of meerval kies je vaak voor een directe knoop, zoals een Albright of FG-knot, omdat een lus altijd een breekpunt blijft. Ook bij feeder- of method-vissen op grote karpers boven de 10 kilo zien veel hengelaars liever een doorgaande verbinding. Voor witvis, baars, voorn en gemiddelde karper is de lus-aan-lus echter ideaal.
Test je verbinding altijd voordat je gaat werpen. Een korte ruk aan de lijn vertelt je direct of de knoop houdt. Doe je dit niet, dan ontdek je een slechte knoop pas op het moment dat de vis er al is — en dat is precies te laat.
Veelgestelde vragen
Hoe groot moet een druppellus zijn?
Een druppellus voor lus-aan-lus verbindingen is meestal 2 tot 3 centimeter lang. Te klein en je krijgt je onderlijn er niet doorheen, te groot en je verliest werpcomfort doordat de knoop opvalt in de geleideringen van je hengel. Voor zware leaders bij karpervissen mag de lus iets groter, tot 4 centimeter. Voor witvistuigjes houd je hem juist klein en compact, zodat je tuigje strak en netjes door het water trekt.
Werkt de druppelknoop ook in fluorocarbon?
Ja, de druppelknoop werkt prima in fluorocarbon, maar je moet wat voorzichtiger zijn. Fluorocarbon is stugger en gevoeliger voor warmteschade dan monofilament. Maak de knoop daarom altijd grondig nat voordat je hem aantrekt en doe dat langzaam. Voor leaders boven 0,30 millimeter doorsnede werkt een dubbele wikkeling het best, voor dunner fluorocarbon volstaat een enkele wikkeling. Knip de tag end niet te kort af om slippen te voorkomen.
Kan ik een lus-aan-lus verbinding hergebruiken?
Een lus-aan-lus verbinding kun je tientallen keren openen en sluiten, mits de lussen zelf onbeschadigd blijven. Controleer na iedere vissessie of de knopen nog strak zitten en of de lijn rondom de lus geen kink of kreukel heeft. Bij zichtbare slijtage knip je de oude lus eraf en leg je een nieuwe. Veel hengelaars knippen na een drukke dag standaard de lus van hun hoofdlijn opnieuw.
Wat is het verschil met een Bimini Twist?
De Bimini Twist is een dubbele lijnverbinding die vooral in zeevissen wordt gebruikt voor zware leaders en grote roofvis. Hij behoudt bijna 100 procent van de breeksterkte, maar is veel ingewikkelder om te leggen — vaak heb je hulp van een tweede persoon nodig. De druppelknoop is veel eenvoudiger en snel te maken aan de waterkant, en voor zoetwatervissen tot pakweg 5 kilo meer dan voldoende.
Welke onderlijntenboekjes zijn aan te raden?
Voor witvissers zijn onderlijntenboekjes van Preston Innovations, Daiwa en Drennan veelgebruikt. Ze hebben uitschuifbare schuimkernen waar je je voorgemonteerde onderlijnen op spant, zodat ze niet kreukelen. Bij VanGinkel Hengelsport vind je verschillende modellen voor zowel zware als lichte tuigjes. Met een goed boekje en wat zelfgemaakte onderlijnen heb je in een paar seconden een wisseltuigje klaar, dankzij de lus-aan-lus verbinding.
Veelgestelde Vragen
Een druppellus voor lus-aan-lus verbindingen is meestal 2 tot 3 centimeter lang. Te klein en je krijgt je onderlijn er niet doorheen, te groot en je verliest werpcomfort doordat de knoop opvalt in de geleideringen. Voor zware leaders bij karpervissen mag de lus iets groter, tot 4 centimeter. Voor witvistuigjes houd je hem juist klein en compact, zodat je tuigje strak en netjes door het water trekt.
Ja, de druppelknoop werkt prima in fluorocarbon, maar je moet wat voorzichtiger zijn. Fluorocarbon is stugger en gevoeliger voor warmteschade dan monofilament. Maak de knoop altijd grondig nat voordat je hem aantrekt en doe dat langzaam. Voor leaders boven 0,30 mm werkt een dubbele wikkeling het best, voor dunner fluorocarbon volstaat een enkele wikkeling. Knip de tag end niet te kort af om slippen te voorkomen.
Een lus-aan-lus verbinding kun je tientallen keren openen en sluiten, mits de lussen zelf onbeschadigd blijven. Controleer na iedere vissessie of de knopen nog strak zitten en of de lijn rondom de lus geen kink heeft. Bij zichtbare slijtage knip je de oude lus eraf en leg je een nieuwe. Veel hengelaars knippen na een drukke dag standaard de lus van hun hoofdlijn opnieuw.
De Bimini Twist is een dubbele lijnverbinding die vooral in zeevissen wordt gebruikt voor zware leaders en grote roofvis. Hij behoudt bijna 100 procent breeksterkte, maar is veel ingewikkelder om te leggen — vaak heb je hulp van een tweede persoon nodig. De druppelknoop is veel eenvoudiger en snel te maken aan de waterkant, en voor zoetwatervissen tot pakweg 5 kilo meer dan voldoende.
Voor witvissers zijn onderlijntenboekjes van Preston Innovations, Daiwa en Drennan veelgebruikt. Ze hebben uitschuifbare schuimkernen waar je je voorgemonteerde onderlijnen op spant, zodat ze niet kreukelen. Bij VanGinkel Hengelsport vind je verschillende modellen voor zowel zware als lichte tuigjes. Met een goed boekje en wat zelfgemaakte onderlijnen heb je in een paar seconden een wisseltuigje klaar, dankzij de lus-aan-lus verbinding.